Dorstig hert

Vooral in kerken en doopkapellen komt vanaf de 5e eeuw de voorstelling van een of twee drinkende herten voor. De basis van deze voorstelling is psalm 42: ‘Zoals een hert naar stromend water smacht, zo smacht mijn ziel naar u, o God.’ Volgens sommige schrijvers van de oude en middeleeuwse kerk wordt met het hert de menselijke ziel bedoeld die het christelijk heil heeft gezocht en gevonden. Dit heil, gesymboliseerd door het stromend water, is namelijk Jezus Christus, God en mens, die zichzelf een bron van levend water noemt.

 

Augustinus en andere kerkvaders bedoelen in het bijzonder de catechumenen die als dorstige herten verlangen naar en zich voorbereiden op de doop. We hebben hier te maken met doopsymboliek. Zo is het stromend water niet alleen een verwijzing naar Christus, maar ook naar het heiligend water van de doop.

 

Verder blijft in de geestelijke literatuur het hert, dat naar de waterbron verlangt, een symbool van de godzoekende mens. Zo zegt Justus de Harduijn in zijn ‘Goddelijkcke Wenschen’ (1629): ‘Ghelijck den hert wenscht naar de fonteyne der waeteren, alsoo o Godt wenscht mijne siele naar U.’ Hij ziet de wonderlijke schoonheid van de natuur, de aarde en de overweldigende sterrenhemel. Het maakt een diepe indruk op hem, maar kan zijn dorst niet lessen: ‘Ick dorstige naar hem die dit allegaeder heeft geschaepen.’

 

 

Toon Brekelmans

Kerkhistoricus

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.