. 11 september 1599 - RK Johannes de Doper

11 september 1599

Vlak bij het voormalige ghetto dicht bij de Tiber liggen enkele paleizen die ooit toebehoorden aan de familie Cenci. Deze familie heeft een naam opgeleverd die bij de Romeinen nog steeds huiver en medelijden oproept: Beatrice. Maar niet alleen bij de Romeinen leeft haar herinnering voort. Een brede kring van schrijvers zoals Stendhal, Shelley en Moravia schreven over haar.

 

Zij leefde in de tweede helft van de 16de eeuw en was jong en schoon. Haar vader, Francesco Cenci, was een brute tyran. Hij had al eens in zijn jeugd in het gevang gezeten vanwege zijn gewelddadig karakter. Ook vergreep hij zich aan eigen kinderen en personeel. Omdat hij uit gierigheid weigerde voor zijn dochter de bruidsschat te betalen, kon ze niet in het huwelijk treden. Hij liet haar ver buiten Rome voeren naar een somber kasteel om daar met haar tweede moeder te wonen. Haar schoonheid en jeugdige bevalligheid dreigden daar al snel te verwelken. Als het meisje protesteerde werd haar met slagen en treiteren de mond gesnoerd.

 

Er ontstaat een amoureuze relatie tussen Beatrice en de kasteelheer Olimpio Calvetti, een ouder iemand die echter in zijn jonge jaren heldhaftig stand hield in de slag bij Lepanto tegen de Turken. Er wordt een plan gesmeed om vader Cenci te doden. Tweede moeder Lucrezia en een oudere broer van Beatrice, Giacomo, die in Rome woont, zitten in het complot. Wanneer Francesco op een keer logeert in het kasteel wordt hem een slaapmiddel toegediend. In zijn bed wordt hij gedood. Alles wordt zo in scène gezet dat het lijkt alsof hij van het balkon is gevallen en door de val gestorven. Beatrice slaat alarm. Het lichaam wordt gevonden en in haast organiseert men een begrafenis. Maar de misdaad blijft niet verborgen. De Kerkelijke Staat stelt een onderzoek in vanwege de geruchten. Beatrice en de andere betrokkenen ontkennen alles. Ze verklaren zelfs dat er in de familie altijd uitstekende contacten zijn geweest. Als mensen van adel kijken ze neer op de gerechtelijke onderzoekers die uit een lagere stand komen. Ze weten dat ze vanwege hun voorname geboorte toch niet op de pijnbank gelegd kunnen worden! In de loop van 1599 worden ze gevangen gezet in Castel San Angelo, maar blijven ontkennen. Inmiddels had Giacomo minnaar Olimpio al in een hinderlaag gelokt en gedood opdat hij niet zou praten. Was Beatrice hiervan op de hoogte en stond ze erachter?

 

Alles verandert als in mei van dat jaar paus Clemens VIII onverwachts het privilege voor de Cenci’s opheft. Op de pijnbank bekennen ze alles. De doodstraf wordt uitgesproken, beide vrouwen worden onthoofd. Giacomo moet een straf ondergaan, exemplarisch voor anderen: er komen gloeiende ijzers aan te pas en hij wordt gevierendeeld. Van afschaffing van de doodstraf en het verbod op pijniging bij verhoor had men toen nog niet gehoord.

Op de elfde september wordt het vonnis voltrokken vóór Castel San Angelo. Een grote menigte stroomt toe. Vele Romeinen beschouwen Beatrice als een heldin, onschuldig slachtoffer van een wrede vader, een soort Judithfiguur, die de tyran Holofernes om het leven bracht.

De geschiedenis is echter wel wat gecompliceerder…

 

Padre Timoteo o.p.

Geef een reactie