San- of Sampietrini

Toen vorig jaar het gerucht ging, dat de sampietrini op de Via Nazionale vervangen zouden worden door asfalt, ging er een koor van protest op onder de Romeinen. Deze winkelstraat, die station Termini verbindt met het centrum van de stad, was dan wel vol gleuven en bulten; in de bussen was het een gehuts en geschud van jewelste en met de fiets kon je maar beter helemaal deze straat vermijden. Het idee echter dat de sampietrini weg zouden gaan was onverdraaglijk. Liever een kostbare herbestrating met dezelfde stenen (bij ons kasseien of kinderhoofdjes genoemd) en maandenlang ongemak, dan een asfaltbaan!

 

Merkwaardige naam: sampietrini! Men denkt dat deze naam te danken is aan het feit, dat deze wijze van bestrating voor het eerst op de St.Pietersplein werd toegepast. Vandaar.

De kubusvormige stenen zijn aan de onderkant piramidaal afgehakt, waardoor ze door de stratenmakers tamelijk gemakkelijk in de ondergrond kunnen worden gedrukt. In sommige straten zijn ze van graniet of een ander gesteente, maar de meeste sampietrini lijken op basalt. Het gaat om een hard en duurzaam zwart lavagesteente. De groeven zijn te vinden in de buurt van Rome en van de Colli Albani, ooit een oude vulkaan. Consulaire wegen als de Via Appia en de Via Tiburtina werden er in de oudheid mee bedekt: grote afgeplatte rotsblokken (basoli geheten) die het bovendek van de weg vormden. Romeinse legioenen trokken eroverheen en Petrus en Paulus hebben ze belopen op weg naar Rome. Vele van die blokken zijn later – veelal door gevangenen – verwerkt tot de kleinere, kubusvormige kasseien van nu en kwamen in de huidige straten van Rome terecht. Gelukkig zijn niet al deze keien bewerkt en kan de toerist nog flinke stukken van de Via Appia intact vinden met de antieke bestrating.

 

De naam ‘sampietrini’ heeft overigens een tweede betekenis, want ook de bewakers van de St.Pieter en degenen die tot de Fabbrica (de kerkfabriek) behoren en als timmerman, metselaar, smid of in welke functie dan ook hun brood verdienen met het onderhoud van de enorme basiliek (welke altijd wel ergens in de steigers staat), worden door de volksmond zo genoemd. In deze tweede betekenis treffen we er een aan in de Friezenkerk. Op een van de ovaalvormige afbeeldingen staat een zekere Theodorus tussen Willibrord en Bonifatius afgebeeld met een olielamp in de hand. Paus Gregorius de Grote (590-604) verhaalt in zijn Dialogi hoe deze bewaker op een keer heel vroeg in de ochtend de lampen in de St.Pieter aan het aansteken was. Opeens verscheen hem de H.Petrus en vroeg: ‘Theodorus, waarom ben je zo vroeg opgestaan?’ Zo overweldigd was hij, dat hij twee dagen niet meer van zijn bed kon komen.

Theodorus, sampietrino uit vervlogen tijd, die toch maar eventjes de H.Petrus zelf had gezien, moest vanuit zijn ovalen positie de sanpietrini van latere tijd, die samenkwamen in de Friezenkerk als lid van de Broederschap van het H.Sacrament en dit nog steeds doen, eerbied inboezemen voor de basiliek: pas op, Petrus zelf houd je tijdens je  werk in de gaten. Gooi er niet met de pet naar!

 

Padre Timoteo o.p.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.