De verering van engelen

De godsdienstige verering van de engelen heeft zich in de christelijke liturgie vrij laat en aarzelend ontwikkeld. Al vroeg is er sprake van een private verering van de engelen, maar een algemeen godsdienstige verering van de engelen is noch in het Oude en Nieuwe Testament noch in de joodse en vroeg christelijke geschriften te vinden. Wel wordt in deze geschriften gesproken over de rol van de engelen in de liturgie. Zij brengen de gebeden van de mensen voor de troon van God, zoals nu nog staat in de zogenaamde Romeinse canon: ‘Zend dan uw engel, machtige God, om deze gaven en gebeden op te dragen naar het altaar van uw heerlijkheid.’

 

De verering van de engelen krijgt pas vanaf de vierde eeuw in het oosten en vanaf de vijfde eeuw in het westen een plaats wanneer er ter ere van hen kerken gebouwd worden, vooral ter ere van de aartsengel Michaël. De aanleiding tot de bouw van kerken ter ere van engelen waren de verschijningen van engelen en gebedsverhoringen maar ook om de heidense eredienst te verdringen. Zo zijn de feesten van de engelen aanvankelijk alleen maar plaatselijke gedenkdagen van de betreffende kerkwijding.

 

2 oktober: heilige Engelbewaarders

Op 2 oktober viert de kerk de gedachtenis van de heilige Engelbewaarders. In de algemene Romeinse kalender is dit het tweede feest ter ere van de engelen, dat echter in een vrij late periode van de kerk kon ontstaan toen de geest van de liturgie minder goed werd begrepen. Alleen omdat de aartsengel Michaël een feestdag had, wilde men dat ook de engelbewaarders er een hadden. Zo is het feest in 1608 door paus Paulus V ingevoerd.

 

De liturgische teksten van deze feestdag

In de eucharistieviering van deze dag gedenken wij hoe God zijn engelen heeft gezonden om ons te behoeden. De fundering van dit feest staat in het refrein van de antwoordpsalm van deze dag: ‘De Heer heeft zijn engelen last gegeven op al uw wegen u te bewaken.’ – (Ps. 91 [90], 11). De betekenis van de bescherming door de engelen staat in de evangelielezing uit Matteüs die eigen is aan deze feestdag. Jezus zegt daarin: ‘Hoed u er voor een van de kleinen te minachten, want Ik zeg u: zij hebben engelen in de hemel en deze aanschouwen voortdurend het aangezicht van mijn Vader die in de hemel is.’ (Mt. 18, 10). In het openingsgebed wordt gebeden dat God altijd hun bescherming aan ons schenkt om – zoals het gebed over de gaven zegt – altijd aan de gevaren van dit leven te ontkomen.

 

E. de Jong

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.