Mirakel

 

Als kind op de lagere school liep ik al mee. Onder leiding van de zusters maakten we overdag de Stille Omgang. Een dierbare herinnering.

 

In een huis in de Kalverstraat lag destijds een man doodziek. Zijn vrouw ging de pastoor van de Oude kerk (toenmaals St. Nicolaaskerk geheten) vragen om haar echtgenoot de communie te brengen.

’s Nachts moest de zieke braken. De hostie was niet verteerd, kwam in het vuur terecht en zweefde daar tussen de vlammen. Zonder zich te bedenken, pakte de vrouw de hostie daaruit; haar hand bleef ongedeerd. Ze legde hem in een linnenkist en waarschuwde de priester. Die nam hem weer mee. Toen hij thuiskwam, was de hostie verdwenen. Hij bleek weer in de linnenkist te liggen. Dat gebeurde tot driemaal toe. Het was duidelijk dat God hier een teken wilde geven. Op de plaats van het wonder werd een kerk gebouwd; de ‘Heilige Stede’ genaamd. Daar vonden onverklaarbare genezingen plaats.

Voortaan hield men jaarlijks twee grote, plechtige processies waarin het Allerheiligste werd meegedragen in een monstrans.

 

Na de hervorming van 1517 viel Amsterdam in 1578 in handen van de protestantse ‘geuzen’. Op gruwelijke wijze werd er met de hosties heiligschennis gepleegd en alle beelden in de kerk van de Heilige Stede werden kapot geslagen. Als ‘dulle wolven’ gingen de geuzen ook in andere steden te keer. In Gorkum werd negentien priesters vermoord.

Om eerherstel aan God te geven, richtten de pastoors van de Oude en Nieuwe kerk, een gebedsgroep op, het zogenoemde ‘engelachtige koor van bidders en bidsters’. Honderdvijftig inwoners van Amsterdam wisselden elkaar dag en nacht af bij de aanbidding van het uitgestelde Allerheiligste. Een wereldprimeur, want pas later werden er elders plaatsen van ‘eeuwigdurende aanbidding’ ingericht, zoals in de Sacre Coeur in Parijs (aldus C. Caspers en P. Margry in een studie over de Stille Omgang).

 

Voor de katholieken brak een droevige en moeilijke tijd aan. De protestantse regering en vele gemeentebesturen verboden hen de uitoefening van hun geloof en verhinderden hen om leidinggevende posities in de politiek te krijgen. Toch bleven velen trouw aan de Eucharistie. In schuilkerken werd die gevierd.

Ook de Stille Omgang werd niet vergeten. De muurschildering en de schilderijen in de sfeervolle kapel van het Begijnhof zullen daartoe bijgedragen hebben …

Toen de vrijheid van godsdienst voor katholieken in 1853 weer werd hersteld, groeide het aantal deelnemers gestaag. In de jaren vijftig van de vorige eeuw waren het er meer dan vijftien duizend. De laatste tijd lopen er steeds meer jongeren mee. Een verheugend verschijnsel!

De dichter Joost van den Vondellaat de engel Rafael aan het eind van de “Gijsbrecht van Aemstel’ zeggen: “Volhardt by ’t out geloof en Godts altaer stantvastig, Op ’t spoor del’ ouderen, u moedig voorgetreen. Zoo draeft men recht naer Godt, door aIle starren heen.”

 

Louise Leneman

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.