Bisschopsring

Uit de zegelring van de bisschoppen is hoogstwaarschijnlijk de bisschopsring ontstaan. In de middeleeuwen krijgt hij een bijzondere betekenis die beïnvloed is door de verlovings- of trouwring. Honorius (van Autun) die in het begin van de 12e eeuw in zijn ‘Gemma animae’ een verklaring geeft van de liturgie en de kerkelijke ambten, zegt duidelijk: ‘De bisschop draagt een ring om zich ervan bewust te zijn dat hij de bruidegom van de kerk is’. Paus Innocentius III ziet een eeuw later de bisschopsring als een teken van trouw zoals God of Christus zich verbonden heeft met de kerk als zijn bruid. Concreet gezien, werd met de kerk het bisdom bedoeld, waarvoor een bisschop was gewijd en waarin hij was geïnstalleerd. Zoals voor gehuwden levenslange trouw gold en echtscheiding verboden was, zo was het eigenlijk ook voor een bisschop verboden om van bisdom te veranderen.

Vanaf de middeleeuwen tot in de moderne tijd is de betekenis van de bisschopsring dezelfde gebleven. Het ceremoniaal van de bisschoppen, door Rome in 1984 uitgegeven, zegt dan ook dat de bisschop altijd zijn ring moet dragen, teken van de trouw en de huwelijksverbintenis (unio sponsalis) met de kerk, zijn bruid (nr. 58). Of beiden, zowel Christus als de bisschop, worden als bruidegom van de kerk gezien. Zo zegt volgens een huidige ritus de wijdende bisschop, wanneer hij de ring aan de rechterhand van de wijdeling steekt: ‘Ontvang de ring, teken van trouw… Bescherm de heilige kerk, Christus’ bruid’.

Toon Brekelmans
Kerkhistoricus

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.