Physical Address
304 North Cardinal St.
Dorchester Center, MA 02124
Physical Address
304 North Cardinal St.
Dorchester Center, MA 02124
Welkom levensreiziger in Wijk bij Duurstede. Wij begroeten je graag in onze rooms-katholieke geloofsgemeenschap.
Welkom levensreiziger in Wijk bij Duurstede. Wij begroeten je graag in onze rooms-katholieke geloofsgemeenschap.


Overweging bij de viering op 26-04-2026: Roepingenzondag, ” De Goede Herder”, Johannes 10,1-10
Frans Bosman
Beste medegelovigen,
Heeft u dat ook wel eens? Soms zijn het niet de grote wonderen of de indrukwekkende woorden die ons raken, maar een eenvoudig beeld. Vandaag geeft Jezus ons zo’n beeld: dat van de deur. Geen ingewikkelde uitleg, geen moeilijke theorie, geen vergezocht iets, maar iets uit het dagelijks leven. Een deur kent iedereen. Een deur beschermt, een deur scheidt, een deur opent. Een deur geeft toegang en een deur biedt vrijheid.
Jezus zegt vandaag niet alleen dat Hij de herder is, Hij zegt ook: Ik ben de deur. Dat is een bijzonder woord. Een openstaande deur nodigt uit. Die zegt niet: jij mag niet binnen. Hij zegt: kom binnen als je wilt. Een openstaande deur dwingt niemand, maar biedt wel een mogelijkheid.
En juist daarin ligt iets heel wezenlijks van ons geloof.
God dringt zich niet op. God forceert geen toegang tot ons hart. God breekt niet binnen in ons leven als een inbreker in de nacht. Hij klopt. Hij wacht. Hij nodigt uit. Hij staat als het ware bij de deur van ons bestaan en zegt: wil je Mij binnenlaten?
Dat is misschien wel een van de mooiste tekenen van Gods liefde: dat Hij ons vrijlaat. Hij heeft ons geschapen met een eigen wil, met een eigen verantwoordelijkheid, met het vermogen om ja of nee te zeggen. Liefde zonder vrijheid is geen liefde. Daarom laat God ons kiezen.
De deur staat open.
Wij kunnen naar binnen gaan. Wij kunnen ook naar buiten gaan. Wij kunnen voorbijlopen. Wij kunnen blijven twijfelen op de drempel. Wij kunnen de deur zelfs negeren alsof zij er niet is. Maar de deur blijft openstaan. Het is alsof hij ons roept.
Maar wat betekent nu dat: naar binnen gaan?
Naar binnen gaan betekent thuiskomen bij God. Het betekent ruimte maken in je hart voor Zijn aanwezigheid. Het betekent erkennen dat je niet alles alleen hoeft te dragen. Dat je niet jezelf alleen hoeft te redden. Dat je niet perfect hoeft te zijn om geliefd te worden.
Velen van ons rennen van afspraak naar afspraak. We reageren op berichten, verwachtingen, zorgen en verplichtingen. We leven in een wereld vol lawaai. Maar innerlijk kunnen we leeg raken. Moe zelfs. Dan klinkt het woord van Jezus als een uitnodiging: kom binnen.
Binnenkomen bij God is niet vluchten uit de wereld. Het is weer thuiskomen in die wereld. Het is juist kracht ontvangen om in de wereld te leven. Zoals iemand thuis nieuwe moed vindt, zo vindt een mens in God rust, richting en vrede.
Maar Jezus zegt ook dat wie binnengaat, ook weer naar buiten zal gaan en weidegrond zal vinden. Dat is minstens zo belangrijk.
God roept ons niet op om opgesloten gelovigen te worden. Niet om ons af te sluiten van het leven. Niet om ons te verbergen in veilige muren. Niet om alleen christen te zijn binnen de muren van deze kerk.
Nee, wie werkelijk bij God binnenkomt, wordt ook weer naar buiten gezonden.
Naar buiten, naar de ander.
Naar buiten, naar de wereld.
Naar buiten, naar plekken waar liefde nodig is.
Naar buiten, naar mensen die wachten op een vriendelijk woord, een luisterend oor, een gebaar, een teken van hoop.
Wie God toelaat in zijn leven, ontdekt dat geloof altijd beweging brengt. Eerst naar binnen, naar stilte en ontmoeting. Daarna naar buiten, naar dienstbaarheid en liefde en dan weer naar binnen en weer naar buiten en zo ons hele leven lang.
Misschien herkennen wij allemaal dat spanningsveld. Wij zoeken God wel, maar willen Hem slechts in een klein hoekje van ons leven toelaten. Een kamer misschien, maar niet het hele huis. Wij geven Hem de zondag, maar niet de maandag. Wij geven Hem onze woorden, maar niet onze keuzes. Wij geven Hem onze zorgen, maar niet onze trots.
Toch vraagt God niet om een logeerkamer. Hij vraagt om woning te mogen maken in ons hart.
Dat kan spannend zijn. Want als God binnenkomt, verandert er iets. Dan worden wij eerlijker naar onszelf. Zachter voor anderen. Minder hard in ons oordeel. Meer bereid om te vergeven. Meer bereid om te delen. Meer bereid om opnieuw te beginnen. Meer bereid om echt gelukkig te worden.
Soms houden mensen , wij, de deur op een kier. Een beetje God, maar niet te veel. Een beetje geloof, zolang het niet schuurt. Een beetje gebed, zolang het niets kost.
Maar Jezus zegt vandaag: Ik ben gekomen opdat zij leven zouden bezitten, en wel in overvloed.
Niet een beetje leven.
Niet half leven.
Niet leven uit angst.
Maar overvloedig leven.
Dat overvloedige leven begint waar wij God werkelijk binnenlaten.
Dat kan heel eenvoudig beginnen. Niet met grootse daden, maar met kleine openingen.
Een moment van stilte in de ochtend.
Een eerlijk gebed zonder mooie woorden.
Een keuze om minder bitter en meer mild te zijn.
Minder snel te oordelen.
Een handreiking aan iemand die alleen staat.
Een besluit om niet alleen met jezelf bezig te zijn.
Een vertrouwen dat je gedragen wordt, ook wanneer je het niet voelt.
Zo gaat de deur open.
En misschien moeten wij ook beseffen dat wij zelf soms een gesloten deur zijn voor anderen. Mensen kloppen op onze aandacht, op onze tijd, op ons begrip. Maar wij zijn druk, moe, vol van onszelf. Ook dan klinkt het evangelie als een vraag: ben jij bereikbaar? Ben jij open? Kan door jou iets van Gods goedheid zichtbaar worden?
Want wie God binnenlaat, wordt zelf ook een open deur voor anderen.
Beste mensen, het mooie van dit evangelie is dat de deur vandaag en nu openstaat. Niet gisteren alleen. Niet morgen misschien. Vandaag en nu.
Wat er ook in je leven speelt, hoeveel twijfel er ook is, hoeveel spijt, hoeveel onrust of hoeveel gemis: de deur staat open.
Je hoeft niet eerst volmaakt te worden.
Je hoeft niet eerst alles op orde te hebben.
Je hoeft niet eerst jezelf te bewijzen.
Je mag komen zoals je bent.
En als je binnengaat, zul je ontdekken dat God al langer op je wachtte dan jij naar Hem zocht.
Laten wij daarom niet op de drempel blijven staan. Niet blijven aarzelen tussen geloof en ongeloof, tussen vertrouwen en angst, tussen liefde en zelfbescherming.
Laten wij de deur doorgaan.
God toelaten in ons leven.
Ons hart openen voor Zijn aanwezigheid.
En daarna weer naar buiten gaan, de wereld in, als mensen die iets van Zijn licht meedragen.
Want de deur staat open. Hij roept ons.
Christus zelf is die deur.