. Johannes 6: 4-15 - RK Johannes de Doper

Johannes 6: 4-15

Delen is een populair werkwoord. De journalist vraagt niet aan een ooggetuige: ‘Wat hebt u gezien?’, maar ‘Wilt u uw ervaringen met ons delen?’ Voor echt contact zijn feiten minder boeiend dan gevoelens. Wat voel je als je deelt?

Delen is, dat je geeft van wat je hebt, en er zelf aan overhoudt, meer nog dan voorheen. Ik deel cadeautjes aan de kleinkinderen uit als ik jarig ben. Ze zijn dolgelukkig. En ik word er blij van. Mijn blijdschap is met geen cent te betalen en overstijgt royaal de uitgaven die ik deed. Wat ik heb gedeeld, vermenigvuldigt zich.

Zo versta ik de drie momenten in dit evangelie, die mij opvallen.

1. Jezus vraagt aan Filippus waar ze broden kunnen kopen. En er staat bij: ‘Hij vroeg dat om Filippus op de proef te stellen’. Eerlijk gezegd voel ik dan hoe Jezus glimlacht in zichzelf. Hij weet – volgens Johannes –wat er komt: de grootste verrassing ooit!

2. Het tweede moment is waarop Jezus het dankgebed uitspreekt: ‘Gezegend Gij, Heer onze God, Koning der wereld, die het brood uit de aarde doet voortkomen’. Hierna verdeelt Jezus het brood onder de mensen en ook de vis. Want wie danken kan voor al wat hij/zij bezit, kan er ook afstand van doen of er minstens van delen. En het gevoel dat dit wekt, bij de gever zowel als de ontvanger, is meer dan aan het begin. Iedereen wordt er beter van, rijker.

3. Het derde moment is de inzameling van wat overgebleven is. Ik stel me voor hoe Jezus een gelukzalig glimlachen nauwelijks kan onderdrukken. Er wordt meer bijeengebracht dan eerst beschikbaar was. Ze houden over.

Als Jezus zijn leven met ons deelt, worden wij er rijker van, mededeelzamer: Wilt u uw ervaringen met elkaar delen?

Ds. Kees Visser Protestantse Gemeente Odijk.

Geef een reactie

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.