De mier en de graankorrel

Een graankorrel, die na de oogst op het veld was blijven liggen, wachtte op de regen, zodat hij zich kon laten wegzinken in de aarde. Toen kwam er een mier. Ze zag de graankorrel, sjorde hem op haar rug en begon moeizaam de lange weg naar haar nest.

De graankorrel drukte op haar kleine taaie lijf en leek steeds zwaarder te worden. “waarom sjouw je zo? Waarom leg je me niet neer?” vroeg de graankorrel. De mier hijgde: “als ik je niet meeneem hebben we geen eten voor de winter. Wij mieren zijn met zovelen en elk van ons moet zoveel mogelijk voedsel naar de voorraadkamer slepen”.

“Maar ik ben niet gemaakt om zomaar opgegeten te worden”, zei de graankorrel. “Ik ben een zaadje, vol leven. Ik ben er om uit te groeien tot een grote plant. Luister naar me, laten we samen een overeenkomst sluiten.”

De mier was blij dat ze even kon uitrusten. Ze legde de graankorrel neer en vroeg: “Wat is een overeenkomst? ” De graankorrel zei: “Als je me hier op de akker laat liggen, in plaats van me mee te slepen naar je nest, dan zal ik je honderd graankorrels schenken voor je voorraadkamer.”
De mier dacht na. Honderd korrels in ruil voor één enkele? Maar dat is een wonder! “Hoe gebeurt dat dan”, vroeg ze. “dat is een geheim”, antwoordde de graankorrel, “dat is het geheim van het leven. Graaf nu een klein kuiltje in de grond, begraaf me daarin en kom dan over een jaar terug”.

Er ging een jaar voorbij.
De mier keerde terug.
En de graankorrel had woord gehouden.

Uit: Verhalen om nooit te vergeten van Baukje Offringa

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.