Aan de oever van het meer

Aan de oever van het meer
luisteren velen naar de Heer
maar zij zijn de tijd vergeten
en er is haast niets te eten.
Meester stuur de mensen vlug,
allemaal naar huis terug.

‘Waarom geeft Gij hun geen brood?’
Heer de schare is te groot
en wij hebben niets te missen
van vijf broden en twee vissen
en waar komt het geld vandaan
als wij eten kopen gaan?

‘Breng het eten dat er is,
breng het brood en breng de vis,
want al zijn wij hier met velen,
eerlijk zullen wij alles delen’
Heer zegen deze spijs
en bewaar ons straks op reis.

Zo kreeg iedereen zijn deel
en er was zelfs brood teveel
niemand zat met lege handen,
het overschot ging in twaalf manden
en het was voor allemaal
het wonderlijkste avondmaal.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.