. Ds Henk Kroeze: Als we ons allen oriënteren op Jezus ontstaat er eensgezindheid - RK Johannes de Doper

Ds Henk Kroeze: Als we ons allen oriënteren op Jezus ontstaat er eensgezindheid

2_27wctds01a2f

In de oecumenisch viering van 28 september in Wijk bij Duurstede in onze katholieke kerk hield dominee Henk Kroeze de overweging. Hij kwam met een hartstochtelijk betoog om ons veel meer te richten op het visioen dat voor ons ligt en ons leven en handelen daardoor te laten beïnvloeden:

Preek over Filippenzen 2: 1 – 13 en Mattheüs 4: 1 – 11
(Voorganger: ds. Henk Kroese)

Broeders en zusters, gemeente van Jezus Christus,

ieder hier aanwezig of elders meeluisterend, wij leven in roerige tijden.
Via de media zijn we getuige van oorlogen en terreur. Er is sprake van dreiging en angst. We voelen ons gedrongen tot maatregelen en politieke antwoorden op geweld.
De wereldvrede lijkt eerder verder weg dan dichterbij te komen.
Te midden van dat alles roept de apostel Paulus ons op deze vredeszondag op om eensgezind te zijn. En op het eerste gezicht lijkt dat een goede bijdrage aan de vrede: eensgezindheid. Weg met de tegenstellingen en conflicten, de menings- en andere verschillen. Samen één: één geloof, één hoop; één leer, één doel, één ideaal
Maar u voelt wel: dit is te simpel. Dit zijn dromerijen.
Wij mensen zijn van huis uit, van geboorte af aan uit verschillende rassen, volken, stammen, godsdiensten en gezindten. We zijn niet op een zelfde plaats geboren, we hebben niet dezelfde geschiedenis, niet dezelfde ontwikkeling, niet dezelfde trauma’s en pijn.
We zijn in ongeveer alles verschillend, dus: hoezo eensgezind? Hoe kan zo’n eensgezindheid ooit bereikt worden?
Ook over die vraag heeft Paulus nagedacht. En zijn advies is eenvoudig: laat die gezindheid bij u heersen die Christus Jezus had. Oriënteer je in alles op Hem!
In enkele hooggestemde woorden – het heeft veel weg van een gedicht of een lied – schetst hij ons hoe zo’n gezindheid eruit ziet. Het is een drietrapsgebeuren, maar dan niet om hoog, de ruimte in, maar naar beneden, de diepte in.

Jezus was een zondagskind, een mens naar God hart.

Hij had het in de godsdienst ver kunnen schoppen. Hij had een glanzende carrière kunnen opbouwen en als schriftgeleerde of priester en kunnen leven in een beschaafde overvloed, ver verwijderd van armoede en ellende. Maar – dat is de eerste trap naar beneden – hij deed daar afstand van. Welbewust koos Hij voor een bestaan als mens met de mensen, met alle shit van dien: conflicten, verachting, haat, vijandschap, onrust, vermoeidheid [De bijbel noemt zo’n bestaan een bestaan ‘in de woestijn’, de wildernis].
Waarom? Omdat Hij wilde doen wat God van hem vroeg. ‘Mijn spijze is het’, zegt hij ergens, ‘de wil te doen van mijn vader die in de hemelen is’. Daarin vond Hij zijn bevrediging.
Daarom bezwijkt hij ook niet voor de verzoeking om van stenen brood te maken. Het is de Geest van God die Hem in deze woestenij geleid heeft, en daar hoort nu eenmaal bij dat je honger en gebrek kunt krijgen. Wie die honger niet wil en afhaakt, laat God in de steek en is het koninkrijk niet waard.
En Hij gaat nog een stap verder: Hij kiest niet alleen voor een gewoon bestaan te midden van de mensen, maar Hij bekommert zich ook om hen. Hij schiet hen te hulp, komt voor hen op, blijft bij hen in hun godverlatenheid. Hij is solidair met de mensen, proeft hun ellende en draagt die mee, zonder dat hij zijn geloof in God verliest of opzegt. Zo volledig is Hij overtuigd van Gods goedheid en liefde. Hij bevindt zich godsdienstig gezien op eenzame hoogte.
Daarom bezwijkt hij ook niet voor de verzoeking om van dat tempeldak af te springen – om God te laten bewijzen dat Hij zijn beloften waarmaakt. Dat zou afbreuk doen aan zijn relatie met God. Hij zou God beschamen.
Het is de Geest van God die hem in deze woestijn geleid heeft, en bij de woestijn hoort nu eenmaal dat je geloofsvertrouwen op de proef wordt gesteld. Wie op het moment dat het moeilijk wordt, eerst van God bewijzen wil, voor hij verder gaat op de weg van het geloof, beschaamt het wederzijdse vertrouwen en is het koninkrijk niet waard.
En het wordt nog erger. De derde trap op zijn weg naar beneden: Hij moet zijn keuze met de dood bekopen. En bepaald geen glorieuze dood. Hij wordt als een misdadiger opgehangen en sterft aan een kruis, – treuriger kan het niet. Als zijn leerlingen niet tussenbeide waren gekomen, was Hij misschien wel geëindigd in een massagraf. Onvindbaar tussen de resten van anderen… Dat had wel bij Hem gepast: zelfs in zijn dood nog bij de nameloze slachtoffers zijn…
Ook dat accepteert Jezus: het hoort bij de weg van het geloof – dat kán je gebeuren. Dat had Israël lang geleden al geleerd in de woestijn: geloof vraagt van je dat je alle macht uit handen geeft, en alleen op God vertrouwt.
Daarom weigert Jezus in ruil voor alle macht van de wereld de duivel te aanbidden. Hij verlangt niet naar macht of bezit. Hij wil een mens van God zijn. Dat is Hem alles.
Zelfs als Hij aan het kruis God volkomen kwijt is [‘God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten’) zelfs dán geeft Hij zijn vertrouwen niet op..

En zo is het gekomen. Op die manier, langs die vernederende weg is Hij voor ons de mens geworden die Hij is: de hoogste, de eerste, de mens die als geen ander bij God hoort.

En nu roept Paulus ons op om – waar het gaat om óns bestaan in deze wereld, nu wij aan zet zijn – om ons op deze Jezus te oriënteren. Hem te volgen in deze drie stappen: méns te zijn met de mensen, ons te bekómmeren om onze naasten, en bij dat alles door dik en dun op God te vertrouwen. Zoals Jezus heeft gedaan.
Dan, zegt hij, zal er onder jullie een eensgezindheid ontstaan die alle grenzen doorbreekt, en alle kloven overbrugt.
Niet de eensgezindheid van politieke of godsdienstige monsterverbonden of kalifaten; geen eensgezindheid gebaseerd op eendracht. Want eendracht maakt wel macht, maar gaat altijd ten koste van anderen.

Nee, deze eensgezindheid komt van binnen uit, en is gebaseerd op de bereidheid ons te verdiepen in wat een ander bezielt. Het is de houding waar Amsterdams burgemeester Eberhard van der Laan toe heeft opgeroepen in zijn Abel Herzberglezing: de bereidheid om ons te verdiepen in de pijn van de ander. Elk volk, elke stam, elke natie heeft zijn eigen geschiedenis en wonden, zijn eigen pijn. De bereidheid je daarin te verdiepen kan het begin zijn van een bruggehoofd over een tot dan toe onoverbrugbare kloof.

Ik las in Trouw een interview met twee nabestaanden van een slachtoffer van vlucht MH17 met als kop ‘We willen niet omzien in wrok’. De geïnterviewde, ene Robbert van Heiningen, die bij de crash zijn broer, schoonzus en neef verloor, stelt daar hardop de vraag: ‘’Was de raket voor vlucht MH17 bedoeld, of was het een noodlottig toeval, veroorzaakt door hightech-apparatuur in hand van onwetenden, een fatale vergissing? Ik denk dat niemand dit heeft gewild. Shit happens… De scheidslijn tussen goed en kwaad is dun. Ik probeer samen met mijn vrouw de barrière van woede, meer strijd, meer slachtoffers en meer pijn te slechten. Wij zoeken geen hardheid, maar zachtheid en vrede…’
Nergens spreekt deze Robbert van Heiningen over Jezus Christus. Maar ik denk dat hij toch door de gezindheid van Jezus Christus is geraakt, en dat hij daarom zo spreekt.

Ik deed zo’n veertig jaar geleden mee aan een demonstratieve fietstocht tegen de neutronenbom, van Amsterdam naar Bonn. We werden daarginds in Duitsland feestelijk onthaald, en bij alle vlaggen en banieren was ook een spandoek met de tekst ‘Es war Krieg, und keiner ging hin!’ (Het was oorlog, maar niemand ging’).
Die leus is me bijgebleven, en kwam bij de voorbereiding van deze preek weer boven.

Als wij Jezus gaan volgen of blijven volgen, zullen de machten die de onderlinge strijd in stand houden (egoïsme, partijbelang, eerzucht en zelfoverschatting, winstbejag en gelijkhebberij) uiteindelijk hun macht over ons verliezen, en ophouden ‘machten’ te zijn. En uiteindelijk zullen we hen niet meer gehoorzamen.
Maar voor het zover is, zullen die oude machten ons voortdurend opnieuw beproeven, en zeggen:
‘Kom, onttrek je aan de ellende, maak voor jezelf broden van deze stenen, dan ben jíj lekker binnen’. Maar wij zullen weigeren en zeggen: ‘Een mens leeft niet van brood alleen. God zal ons bewaren’. En we laten elkaar en de ander niet los.

Ze zullen ons uitdagen om God op de proef te stellen – ‘Nou, waar blijft die God van je? Het kan toch niet zijn bedoeling zijn dat jij omkomt?’ – Maar wij zullen zeggen: ‘Jezus Christus is op God blijven vertrouwen tot in zijn dood, de dood op het kruis. Zullen wij dan afhaken als het moeilijk wordt? Zullen wij Hem laten vallen? Geen sprake van! Hij verdient ons vertrouwen!’
En als wij tenslotte niets dan armzalige kerkelijke groepjes zijn geworden, zullen die machten ons influisteren dat we toch beter samen een vuist kunnen maken: ‘Kom, christenen aller landen, verenigt u! Begraaf de verschillen van inzicht. Vorm één grote machtige wereldkerk, en doe uw invloed gelden. Eendracht maakt macht!’
Maar wij zullen zeggen: Nee, Satan, dat doen wij niet. Want het gaat niet om eenheid, maar om eensgezindheid. Het gaat niet om de kerk en om macht, maar om Jezus Christus en zijn liefde voor allen!
Jezus Christus zal de wereld overwinnen, maar niet met macht en meerderheden, niet met verkiezingen en legers. Nee, Hij komt in mensen die, één voor één, in Hem hun vreugde vinden, en doen wat Hij van hen vraagt.
En wij zullen iedereen wijzen op onze eucharistie- en avondmaalsvieringen, en zeggen: ‘Kijk, hier was het al eeuwen aan het gebeuren: mensen uit verschillende volken, stammen en rassen, met allemaal hun eigen geschiedenis en hun eigen pijn, zitten hier in onze kerken samen aan tafel en delen brood en wijn… tot zijn gedachtenis!
Zó is het begonnen… – en zo zal het worden voltooid…
…in de naam van Jezus Christus, onze Heer.
– wat voor gevoel of indruk hield u er aan over?

 

– wat was volgens u de boodschap?

 

Geef een reactie