Sint Hubertus.

 

Wilde zwijnen
Een Waalse gids nam ons mee de bossen in. Het is een streek die la Marche wordt genoemd. Een plateau met koeien, weiden, bossen. Schijn bedriegt, want dit was een arme streek met een schrale, kalkarme grond waar geen landbouw mogelijk was, vertelde de gids. De ijzerhoudende steen werd in dagbouw gewonnen en in houtgestookte hoogovens produceerde men het ijzer. In twee eeuwen werd het land kaal gekapt. Rond 1800 was het er leeg. Langzaamaan ving een herbebossing aan.
Al wandelend wees de gids op de Amerikaanse eiken en de exotische naaldbomen. Hij vertelde hoe de humuslaag gevormd werd en hoe door kalk en kunstmest de weiden ontwikkeld waren. Sporen van wilde zwijnen. Een gebied vol wild. Hier en daar een voederplaats om dat wild bij te voeren. En ergens bij een open plek een jachthut.

Abdij van Andage
We wandelden voort. In de verte zagen we een glimp van een kerk: de abdij van Andage. De gids vertelde hoe bisschop Hubertus het centrum van het diocees verplaatste van Maastricht naar Luik, waar hij in 727 stierf. Hubertus was actief in Zuid Brabant en in de Ardennen. Een eeuw na zijn dood bracht men zijn relieken over naar de abdij van Andage. Die lag dus temidden van een uitgestrekt jachtgebied.
De legende van Sint Eustachius en het hert (hij zag tijdens de jacht eens tussen het gewei van een hert, de afbeelding van een kruis – aanleiding voor zijn bekering tot het christendom) werd op den duur vereenzelvigd met Sint Hubertus. De barokke aankleding van de abdijkerk getuigt hiervan. Alom herten met een kruis tussen het gewei. Het graf is links van het hoogaltaar. De naam Andage is vergeten. Het plaatsje heet nu St. Hubert. Voor sommigen een plek om uit te rusten van de jacht, voor anderen een pleisterplaats aan het einde van een mooie wandeling.

Eduard Kimman
Secretaris-generaal Bisschoppenconferentie

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.