Reglement voor beheer v/d begraafplaats van de parochie H. Johannes de Doper te Wijk bij Duurstede

            Artikel 1

In dit Reglement wordt verstaan onder:

a.     bestuur: het parochiebestuur als vertegenwoordiger van de rechtspersoon R.-K. parochie H. Johannes de Doper te Wijk bij Duurstede, eigenaresse van de begraafplaats.

            b.     begraafplaats: het terrein bestemd voor het begraven van overledenen, gelegen aan de Steenstraat te Wijk bij Duurstede.

            c.     beheerder: degene die door het bestuur is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.

            d.     eigen graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van een of meer overledenen, waarvan het  uitsluitend recht voor de duur van 30 jaar is verleend aan één rechthebbende volgens de voorwaarden van dit reglement, welk recht kan worden verlengd.

            e.     rechthebbende: de meerderjarige persoon of rechtspersoon aan wie het recht op een eigen (urnen-)graf is verleend.

            f.      algemeen graf: een ruimte op de begraafplaats, bestemd voor het begraven van meerdere overledenen, die geen verwanten van elkaar behoeven te zijn, waarvan het recht op medegebruik voor de duur van 10 jaar is verleend aan gebruikers volgens de voorwaarden van dit reglement.

            g.     gebruiker: de meerderjarige persoon aan wie een recht op medegebruik in een algemeen graf is verleend.

            h.     grafrecht: het recht op een eigen graf voor twintig jaar; het recht op medegebruik in een algemeen graf voor tien jaar.

            i.      bijzetting: het begraven van een overledene in een graf waarin reeds een overledene is begraven.

 

Bestuur

 

            Artikel 2

Het bestuur is gebonden aan het Algemeen Reglement voor het bestuur van een parochie van de Rooms Katholieke Kerk in Nederland en terzake van het beheer van de begraafplaats bovendien aan dit Reglement.

 

 

            Beheerder

 

            Artikel 3

Het bestuur kan een van zijn leden of een andere persoon, in dit reglement te noemen de beheerder, belasten met de dagelijkse leiding en het beheer van de begraafplaats.

De beheerder is bevoegd om namens het bestuur opdrachten te verlenen, het beheer van de begraafplaats betreffende en om namens het bestuur grafrechten te verlenen.

 

            Regelingen vóór een begraving

 

            Artikel 4

1.     Voor de begraving dient aan de beheerder het verlof tot begraving te worden getoond.

2.     De voor de begraving noodzakelijke bescheiden, zoals de grafakte en de kwitantie van betaling van de verschuldigde rechten of een deugdelijk bewijs van begraving voor rekening van derden en de eventuele autorisatie van de rechthebbende (of de gebruiker) moeten vóór de begraving aan de beheerder worden overgelegd.

           


Bevorderen van natuurlijke ontbinding

 

Artikel 4a

1.       Het is verboden om een overledene te begraven in een zinken of andere metalen of kunststof (binnen)kist.

2.       Bij de begraving van een overledene is het niet toegestaan deze van een lijkhoes dan wel van een lijkomhulsel te voorzien, welke niet voldoet aan het Lijkomhulselbesluit 1998 en alle overige wettelijk voorgeschreven vereisten ten behoeve van de bevordering van de lijkvertering en eventuele andere met deze regelgeving samenhangende doeleinden.

De rechthebbende heeft er zorg voor te dragen dat hijzelf dan wel de bij de lijkbezorging betrokken uitvaartverzorger hiervoor afdoende maatregelen neemt en desgewenst op verzoek van de beheerder een daartoe strekkende verklaring afgeeft.

3.       Het is verboden om in een kist of ander omhulsel voorwerpen of objecten bij te sluiten die niet tot de kist of de overledene behoren, anders dan kleine verteerbare grafgiften. De materialen die verwerkt zijn in de lijkkist, de lijkhoes en de kleding van de overledene dienen zoveel mogelijk van natuurlijk verteerbare aard te zijn. In geval van ernstige en gerechtvaardigde twijfel of de materialen aan deze eis voldoen, kan de beheerder een controle instellen. Blijken de gebruikte materialen niet aan de eis te voldoen dan kan begraving geweigerd worden.

4.       De rechthebbende is verantwoordelijk voor het naleven van de onder lid 1 t/m 3 vermelde voorschriften.

 

De begraving van een overledene

 

            Artikel 5

            1.     Een begraving geschiedt op een dag en uur, met de beheerder tevoren overeen te komen en volgens aanwijzing van de beheerder.

De begraafplaats is niet toegankelijk voor de lijkwagen of de volgwagens. De beheerder kan, uitsluitend voor mindervalide personen, uitzondering toestaan.

            2.     De kist moet zijn voorzien van een  registratienummer, welk registratienummer moet worden opgenomen in het register van de overledenen

 

            Werkzaamheden op de begraafplaats

 

            Artikel 6

            1.     Het delven en dichten van graven, het openen van een graf en het opdelven van stoffelijke resten geschieden uitsluitend door het personeel van de begraafplaats of, in opdracht van het bestuur, door derden.

            2.     Het bestuur geeft aan hen, die door de rechthebbenden zijn belast met de bouw, de aanleg of het onderhoud van de graftekens en/of beplantingen gelegenheid om hun werkzaamheden te verrichten op tijden dat de begraafplaats daarvoor geopend is. Zij volgen hierbij de aanwijzingen van de beheerder.

            3.     Geen werkzaamheden mogen worden verricht op zon- en feestdagen en tijdens begravingen en diensten in de aula of kapel. Op zaterdagen mogen geen werkzaamheden door beroepskrachten worden verricht, in opdracht van rechthebbenden, maar is uitsluitend de grafverzorging door de nabestaanden toegelaten.

            4.     Iedere dag dienen gereedschappen, afkomende materialen en hulpmaterialen te worden meegenomen of te worden geplaatst of gestort volgens aanwijzingen van de beheerder.

 

            Bezoekers

 

            Artikel 7

Het bestuur bepaalt de tijden, waarop de begraafplaats voor bezoekers toegankelijk is. De begraafplaats is voor auto’s en voor fietsen (al of niet met hulpmotor) gesloten. Honden worden alleen aangelijnd op de begraafplaats toegelaten. De beheerder kan voor mindervaliden uitzondering toestaan. Bezoekers wordt verzocht luidruchtigheid te vermijden.

Voor het houden van dodenherdenkingen of de plechtige onthulling van een grafteken moet tevoren schriftelijke toestemming zijn verkregen van het bestuur.
Administratie

 

            Artikel 8

            1.     Het bestuur is verantwoordelijk voor het voeren van de administratie van de begraafplaats. De administratie bevat in ieder geval het wettelijk verplichte register van de overledenen met vermelding van hun registratienummer en aanduiding van de plaats op de begraafplaats waar zij begraven zijn. Deze registers zijn openbaar. Daarnaast bestaat er het nabestaandenbestand grafrechten, waarin de namen en adressen van alle rechthebbenden en gebruikers worden geregistreerd.

            2.     Het boekjaar van de begraafplaats loopt van 1 januari tot en met 31 december. Alle rechten, verleend in het eerste halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaraan voorafgaand. Alle rechten verleend in het tweede halfjaar worden geacht te zijn verleend per 1 januari daaropvolgend.

 

II           Het vestigen van het grafrecht

 

            Schriftelijke overeenkomst

 

            Artikel 9

1.     Een grafrecht wordt gevestigd door een schriftelijke overeenkomst met het bestuur, genaamd grafakte.

            2.     Op de begraafplaats kunnen begraven worden:

          zij die als parochiaan staan ingeschreven bij de parochie en zij die met een parochiaan gehuwd waren; 

          oud-parochianen die in een instelling voor gezondheidszorg verblijven en die voorheen tot de parochie behoorden.

            3.     Het bestuur kan van lid 2 in uitzonderlijke gevallen afwijken en toestaan dat anderen op de begraafplaats worden begraven.

 

            Uitgifte van graven

 

            Artikel 10

Op de begraafplaats worden geen nieuwe graven uitgegeven.

 

            Recht op eigen graf

 

            Artikel 11

Het bestuur verleent aan één meerderjarig persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht om voor dertig jaren gebruik te maken van een bepaalde grafruimte, ten behoeve van hemzelf, de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind. Dit recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld of door het bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 38 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden ingestemd met het ruimen van het graf (artikel 41) wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.

 

 

            Recht op algemeen graf

 

            Artikel 12

Het bestuur verleent aan één meerderjarig persoon het recht om voor tien jaren gebruik te maken van een plaats in een grafruimte, bestemd voor meerdere overledenen. Dit gedeelde recht wordt verleend onder de voorwaarden, in dit reglement gesteld, of door het bestuur later te stellen. In ieder geval moet betaling op grond van artikel 38 van dit reglement zijn geschied en moet bij de rechtsverkrijging schriftelijk worden ingestemd met het ruimen van het graf (artikel 41) wanneer dit recht, door welke oorzaak dan ook, geëindigd is.

 

            Adres rechthebbende en gebruiker

 

            Artikel 13

De rechthebbende en de gebruiker zijn verplicht hun adres aan het bestuur op te geven, alsmede de wijziging van hun adres.

 

Overlijden rechthebbende en gebruiker

 

            Artikel 14

1.       Binnen 6 maanden na het overlijden van de rechthebbende of de gebruiker dient het grafrecht na een daartoe strekkend verzoek van de erfgena(a)m(en) te worden overgeschreven op naam van de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad, of een pleeg- of stiefkind overeenkomstig artikel 15.

2.       Indien de rechthebbende of de gebruiker is overleden en in het graf dient te worden begraven, dient het verzoek tot overschrijving als bedoeld in lid 1 van dit artikel voorafgaand aan die begraving of bijzetting te worden gedaan.

 

            Overdracht grafrecht

 

            Artikel 15

1.       Een grafrecht kan worden overgedragen door overlegging aan het bestuur van een door de rechthebbende en de betrokken rechtsopvolger getekend bewijs van overdracht, met vermelding van de personalia en het adres van de rechtsopvolger.

2.       Overdracht aan een ander dan de echtgenoot, een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of een, pleeg- of stiefkind van de rechthebbende (of gebruiker) is slechts mogelijk, indien daarvoor gewichtige redenen bestaan naar het oordeel van het bestuur.

3.       Een rechthebbende kan afstand doen van grafrechten, zonder aanspraak te kunnen maken op enige vergoeding. Afstand dient schriftelijk te geschieden.

 

Weigering tot begraving of bijzetting

 

            Artikel 16

Het bestuur behoudt zich het recht voor, ook nadat grafrechten zijn verleend, om canonieke redenen begraving van een overledene en met name de bijzetting in een dubbel graf, een familiegraf te weigeren, onder teruggave van de reeds betaalde rechten, of alleen de begraving op een bepaald gedeelte van de begraafplaats toe te staan.

 

            Ontbindende voorwaarden grafrechten

 

            Artikel 17

Het bestuur verleent grafrechten uitdrukkelijk voor de tijd, gedurende welke het terreingedeelte, waarin zich de graven bevinden, tot de begraafplaats blijft behoren en voor de tijd dat de begraafplaats in exploitatie blijft.

Aan de toegekende grafrechten kan geen titel ontleend worden zich te verzetten tegen de bestemmingsverandering van (een gedeelte van) de begraafplaats of tegen de voorgenomen sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

 

III          Het verlengen van grafrechten

 

            Schriftelijk informeren van de rechthebbende

            Artikel 18

            1.     Het bestuur zal uiterlijk één jaar voor het verstrijken van een termijn, waarvoor grafrechten zijn verleend en die kunnen worden verlengd, de rechthebbende schriftelijk attenderen op het aflopen van de grafrechten en de voorwaarden bekend maken, waaronder deze grafrechten kunnen worden verlengd voor een termijn van tien jaar.

            2.     Indien het adres van de rechthebbende onjuist of onbekend is zal getracht worden het adres te achterhalen bij de desbetreffende afdeling van het gemeentehuis.

            3.     Indien het adres van de rechthebbende niet ingevolge lid 2 kan worden achterhaald, dan zal bij het ontbreken van het adres het aflopen van de termijn door aanplakking worden meegedeeld bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats. De mededeling blijft gedurende één jaar aangeplakt maar tenminste tot het einde van de termijn van het grafrecht.

 


Verzoek rechthebbende

 

            Artikel 19

            1.     Een rechthebbende kan binnen twee jaren voor de afloop van de termijn schriftelijk verlenging van zijn rechten aanvragen voor een aansluitende termijn van tien jaren.

            2.     Het bestuur zal een aanvrage ingevolge lid 1 inwilligen, in zoverre van het recht tot begraven gebruik is gemaakt en geen bijzondere redenen, zoals de voorgenomen ruiming van een gravenveld, zich daartegen verzetten.

 

            Voorwaarden voor verlenging

 

            Artikel 20

            1.     De verlenging van grafrechten wordt slechts verleend wanneer het onderhoud van het graf zich naar het oordeel van het bestuur niet bevindt in kennelijke staat van verwaarlozing en op de voorwaarden geldend op het tijdstip waarop de verlenging ingaat en volgens de alsdan geldende tarieven.

            2.     het bestuur behoudt zich het recht voor de grafrechten, in zoverre geen gebruik tot begraven is gemaakt, niet te verlengen. In dat geval wordt de rechthebbende in de gelegenheid gesteld elders op de begraafplaats een grafrecht te vestigen.

 

            Verlenging bij bijzetting

 

            Artikel 21

Wanneer in een eigen graf, bestemd tot het begraven van meerdere overledenen een bijzetting plaats vindt, wordt een lopende termijn van het grafrecht verlengd met tien jaren, mits van het grafrecht reeds tien of meer jaren verstreken zijn.

            De verlengde periode is te rekenen vanaf de datum van bijzetting.

           

            Algemene graven

 

            Artikel 22

Het recht van een gebruiker in een algemeen graf kan niet worden verlengd.

 

IV         Einde van de grafrechten

 

            Artikel 23

            De grafrechten vervallen:

            a.     door het verlopen van de gestelde termijn met inachtneming van het bepaalde in artikel 18;

b.     indien de tarieven overeenkomstig artikel 44 van dit reglement niet binnen één jaar na het vestigen of het verlengen van het grafrecht zijn betaald.

            c.     indien een terreingedeelte, waarin zich de graven bevinden, aan de bestemming van begraafplaats wordt onttrokken of wanneer de begraafplaats niet meer als zodanig wordt geëxploiteerd, overeenkomstig artikel 17;

            d.     indien de aankondiging van het aflopen van de termijn van het grafrecht overeenkomstig artikel 18 bij het graf en bij de ingang van de begraafplaats aangeplakt is geweest en de rechthebbende gedurende die periode niet heeft gereageerd.

            e.     indien de rechthebbende het onderhoud van grafteken of beplanting verwaarloost en na sommatie weigert te doen herstellen of de herstelkosten te voldoen, overeenkomstig artikel 39;

            f.      indien de rechthebbende (of een gebruiker) bij onderhandse verklaring afstand doet van een verkregen grafrecht. Wanneer nog geen gebruik werd gemaakt van het recht tot begraven kan een evenredige terugbetaling plaatsvinden.

 

V          Indeling van de begraafplaats en onderscheid van de graven

 

            Indeling door bestuur

 

            Artikel 24

Het bestuur behoudt zich het recht voor de aanleg en de indeling van de begraafplaats, de bestemming van de gravenvelden en het onderscheid in graven vast te stellen en te wijzigen.

 

            Soorten van graven

 

            Artikel 25

            1.     Het bestuur verleent rechten op het tijdelijk gebruik, respectievelijk medegebruik van:

                   a.     een eigen familiegraf;

                   b.     een eigen enkel of dubbel graf;

                   c.     een eigen kindergraf of een eigen graf voor een doodgeborene of een onvoldragen vrucht;

                   d.     een grafplaats in een algemeen graf voor een kind, een doodgeborenen of een onvoldragen vrucht;

                   e.     een grafplaats in een algemeen graf.

           

            2.     De modellen graftekens worden omschreven in de voorschriften voor het toelaten van graftekens en grafbeplantingen, zoals voorzien in artikel 31.

 

            Familiegraven

 

            Artikel 26

Een familiegraf is bestemd voor het begraven van maximaal vier overledenen. Er mogen niet meer dan drie overledenen boven elkaar worden begraven. Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen, die na overlijden in een familiegraf mogen worden begraven of bijgezet.

 

            Enkele graven

 

            Artikel 27

In een enkel graf mag geen bijzetting plaatsvinden.

Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degene aanwijzen die na overlijden in een enkel graf wordt begraven.

 

            Dubbele graven

 

            Artikel 28

Een dubbel graf is bestemd voor het begraven van twee met namen aangeduide overledenen. In een dubbel graf worden twee overledenen boven elkaar (niet naast elkaar) begraven.

Alleen de als rechthebbende ingeschreven persoon kan degenen aanwijzen, die na overlijden in een dubbel graf mogen worden begraven of bijgezet.

 

            Kindergraven

 

            Artikel 29

In een kindergraf wordt een overleden kind begraven dat niet ouder was dan 12 jaar.

 

            Algemene graven

 

            Artikel 30

In een algemeen graf wordt een door het bestuur vast te stellen aantal overledenen begraven. Er mogen niet meer dan drie overledenen boven elkaar worden begraven.

 

 

VII        Graftekens en grafbeplantingen

 

            Vergunning

 

            Artikel 31

Het bestuur kan uitsluitend aan rechthebbenden vergunning verlenen om graftekens en/of beplantingen op eigen graven te doen aanbrengen. Deze moeten voldoen aan de ‘Voorschriften voor het toelaten van graftekens, grafbeplantingen en grafkelders’ behorende tot dit reglement en die door het bestuur zijn vastgesteld. Deze Voorschriften worden op verzoek door de beheerder aan iedere belanghebbende verstrekt. Graftekens en/of beplantingen, die naar het oordeel van het bestuur niet in overeenstemming zijn met deze voorschriften, worden door het bestuur geweigerd en kunnen na aangebracht te zijn door het bestuur op kosten van de rechthebbende worden verwijderd.

 

            Risico schade aan graftekens

 

            Artikel 32

1.     De graftekens worden door natrekking formeel eigendom van de eigenaar van de grond. Het bestuur aanvaardt deze graftekens evenwel niet in beheer. Dit betekent dat de rechthebbende onverminderd verantwoordelijk blijft voor de voorwerpen die zich op de graven bevinden, alsmede voor het onderhoud, met inachtneming van het bepaalde in artikel 33.

2.     Schade aan graftekens ontstaan door storm, vandalisme en/of door op de begraafplaats uitgevoerde werkzaamheden door personeel van de begraafplaats wordt door het bestuur uitsluitend vergoed tot het bedrag waarvoor deze risico’s door de desbetreffende verzekeringsovereenkomsten van het bestuur worden gedekt.

 

            Onderhoud graftekens en grafbeplanting

 

            Artikel 33

1.     De graftekens en grafbeplantingen moeten ten genoegen van het bestuur worden onderhouden door de rechthebbenden. Onder behoorlijk onderhoud wordt mede verstaan het doen herstellen, vernieuwen of waterpas stellen van graftekens en/of beplanting.

            2.     Wanneer naar het oordeel van het bestuur het onderhoud wordt verwaarloosd zal de rechthebbende schriftelijk worden gesommeerd dit herstel of onderhoud te doen plaatsvinden. Afschrift van deze sommatie wordt, als de rechthebbende onbereikbaar is, bij het graf en de ingang van de begraafplaats aangeplakt. Na een jaar is het bestuur gerechtigd ofwel het omschreven herstel of onderhoud op kosten van rechthebbende te doen plaatsvinden ofwel het grafteken en/of beplantingen op kosten van rechthebbende te doen verwijderen.

Wanneer de rechthebbende verklaart deze kosten voor herstel, onderhoud of verwijdering niet te willen voldoen, wanneer de rechthebbende deze kosten na uitvoering niet binnen drie maanden na factuurdatum aan het bestuur heeft voldaan of wanneer de rechthebbende in gene dele heeft gereageerd op de sommatie vervalt het grafrecht zonder dat een evenredige terugbetaling kan worden verlangd.

            3.     De aangeplakte sommatie wordt eerst verwijderd indien de rechthebbende in het onderhoud voorziet of het grafrecht is vervallen.

 

Plaatsen, verwijderen, herplaatsen van een grafteken door rechthebbende

 

            Artikel 34

Opdracht tot het plaatsen van een grafteken, tot het verwijderen van een grafteken voor een bijzetting en tot het herplaatsen daarvan na een bijzetting moet worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd grafteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen drie maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het bestuur gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende.

 

Tijdelijke verwijdering grafteken door de beheerder

 

            Artikel 35

            1.     Indien het vanwege het beheer van de begraafplaats naar het oordeel van de beheerder nodig is kunnen het grafteken en/of de beplanting van het graf van een rechthebbende op last van en voor rekening van het bestuur worden weggenomen en kan op het graf tijdelijk zand worden gedeponeerd. De rechthebbende wordt hiervan tevoren in kennis gesteld.

            2.     Verwelkte bloemen en ontsierende voorwerpen kunnen door de beheerder zonder voorafgaande waarschuwing van de graven worden verwijderd.

 

            Verwijdering graftekens na einde grafrecht

 

           

            Artikel 36

Binnen drie maanden na het eindigen van het grafrecht kunnen grafteken en/of beplanting door de rechthebbende van het graf worden verwijderd. Na verloop van drie maanden wordt de rechthebbende geacht geen prijs te stellen op het weer in bezit nemen van grafteken en/of beplanting en is het bestuur gerechtigd deze te doen verwijderen en te doen vernietigen, zonder dat enigerlei vergoeding hiervoor jegens de rechthebbende verschuldigd is.

 

            Graftekens algemene graven

 

            Artikel 37

Op algemene graven mogen door de gebruikers enkel graftekens worden opgericht of grafbeplanting aangebracht volgens de voorschriften van het bestuur.

 

VIII        Tarieven en onderhoud

 

            Tarieven

 

            Artikel 38

            1.     Voor het vestigen en verlengen van een grafrecht, voor bijzettingen, voor onderhoud en voor het verwijderen van graftekens en/of beplanting bij einde van de termijn waarvoor een grafrecht is aangegaan worden tarieven geheven. Deze zijn als volgt samengesteld:

                   a.     een bedrag voor de werkzaamheden aan het graf;

b.         een bedrag voor het grafrecht;

c.         een bedrag ter bestrijding van de kosten van het door het bestuur uit te voeren algemeen onderhoud van de begraafplaats, voor de duur van het grafrecht;

                   d.     een bedrag ter bestrijding van de kosten van verwijdering en vernietiging van het grafteken en/of de grafbeplanting na het eindigen van het grafrecht.

            2.     Het bestuur stelt een afzonderlijke lijst op van de voor de begraafplaats geldende tarieven.

 

            Algemeen onderhoud

 

            Artikel 39

Het bestuur zal zorg dragen dat de afrasteringen en/of ommuringen, de gebouwen, de paden, de groenvoorziening en de beplanting van de begraafplaats worden onderhouden. Tot dit onderhoud van de begraafplaats behoren de werkzaamheden aan de groenvoorziening en de beplanting op en onmiddellijk achter de graven, in zoverre deze niet overeenkomstig artikel 31 door de rechthebbende zijn aangebracht.

 

            Beperking onderhoudsverplichting

 

            Artikel 40

Het bestuur verplicht zich aan het in artikel 39) omschreven onderhoud te besteden maximaal de bedragen, die uit de tarieven op grond van artikel 38 voor onderhoud zijn verkregen en daarvoor per jaar beschikbaar zijn, alsmede eventueel van overheidswege daarvoor verkregen subsidies.

Deze beperking van de onderhoudsverplichting geldt in het bijzonder na sluiting of gesloten verklaring van de begraafplaats.

 

            Ruiming van graven

 

            Artikel 41

Het bestuur heeft het recht de graven, waarvan de rechten meer dan drie maanden vervallen zijn, te doen ruimen, met in achtneming van de wettelijke termijn.

 

IX          Overgangsbepaling

 

            Artikel 42

            1.     Voor in het verleden verleende grafrechten waarvan de tijdsduur niet meer aantoonbaar vast te stellen was, heeft het reglement van 15 juni 1989 de termijn gesteld op 30 jaren na uitgifte van het betreffende grafrecht. Het huidige reglement vervangt dit reglement en gaat uit van het toen bepaalde ten aanzien van de genoemde grafrechten. Het tariefonderdeel voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 38, lid 1 sub b, is derhalve gedurende deze periode niet verschuldigd.

            2.     Rechthebbenden met een grafrecht dat aantoonbaar voor onbepaalde tijd is verleend, zijn niet het tariefonderdeel verschuldigd voor het grafrecht, zoals bedoeld in artikel 38, lid 1, sub b.

 

X          Slotbepalingen

 

            Sluiting van een begraafplaats

 

            Artikel 43

Het bestuur heeft het voornemen de begraafplaats voor begravingen op termijn te sluiten of gesloten te doen verklaren. Uitsluitend de betalingen voor begravingen, waarvan nog geen gebruik is gemaakt, worden daarna door het bestuur aan rechthebbende gerestitueerd. Het bestuur is niet aansprakelijk voor opgravings- en overplaatsingskosten van resten en/of graftekens naar een andere begraafplaats.

 

            Klachten

 

            Artikel 44

Belanghebbenden kunnen omtrent feitelijke handelingen betreffende de begraafplaats bij het bestuur een schriftelijke klacht indienen. Het bestuur zal binnen dertig dagen na ontvangst van de klacht beslissen en de klager schriftelijk daarvan in kennis stellen.

 

            Onvoorzien

 

            Artikel 45

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.

 

            Vervallenverklaring eerdere reglementen

 

            Artikel 46

Het bestuur herroept de bepalingen en voorschriften van eerdere reglementen, de begraafplaats betreffende en stelt dit reglement daarvoor in de plaats.

 

           

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

            Wijziging reglement

 

            Artikel 47

Dit reglement heeft de goedkeuring van de bisschop van het Aartsbisdom Utrecht.

Het bestuur is gerechtigd dit reglement te wijzigen.

Wijzigingen in dit reglement behoeven eveneens de goedkeuring van genoemde bisschop.

De rechthebbenden en de gebruikers worden van de wijzigingen in kennis gesteld.

 

Dit reglement is vastgesteld in de vergadering van het bestuur d.d. 3 februari 2009 en goedgekeurd door de bisschop met Zaaknummer 2008-0858 en van toepassing verklaard met ingang van 17 maart 2009.

 

           

 

            Namens het bestuur Parochie St. Johannes de Doper te Wijk bij Duurstede,

 

 

            Akkoord;

 

            H.A.M. Wilmink, Vice-Voorzitter

 

 

 

 

 

            J.E. van Denderen-Martens, Secretaris.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.