Overweging van 20 september: “Wat heb je over voor de vrede?”

2_27wctds01a2fDoor Ds.Henk Kroese
Preek over Marcus 9: 30 – 37 en Jacobus 3: 13 – 18

Broeders en zusters,
het thema ‘vrede’ is nogal actueel in onze tijd. Oorlogen ver weg hebben gevolgen die we niet kunnen ontlopen: vluchtelingen komen de grenzen van ons land over. En daarmee dient zich de vraag zich aan die het thema van deze dienst is geworden: ‘Wat heb je over voor de vrede?’.

Die vraag: ‘wat wij er voor over hebben’, drong zich aan ons op vanuit de evangelielezing voor deze zondag, Marcus 9, waar Jezus een kind in zijn armen neemt, en zijn volgelingen oproept om zich over kinderen te ontfermen.

Met ‘wij’ bedoel ik de voorbereidingsgroep van deze dienst, Jos Gebbinck, Birgitta Breeuwer, Meike Hettinga en ik. Het was 31 augustus – we hadden die foto van dat jongetje op het strand nog niet gezien. Wel veel beelden van vluchtelingen in barre omstandigheden, waar-door we best wel in verlegenheid waren geraakt: wat te doen, nu zoveel ongelukkigen onze kant uitkomen? Kunnen we ze opnemen? Is het niet onze plicht dat te doen? Maar waar huisvesten we ze dan? En hoe helpen we ze aan een nieuw bestaan? En hoeveel nemen we er op? Waar ligt de grens? Wat mag er in redelijkheid van ons gevraagd worden? Wat is wijs in deze omstandigheden?

Nu hoorde bij de schriftlezingen voor deze zondag ook dat gedeelte uit de brief van Jacobus, dat daarstraks gelezen is, en daar gáát het over wijsheid! Wijsheid heeft te maken met waar je je door laat leiden. Je hebt mensen die zich door jaloezie en egoïsme laten leiden, en ande-ren, die door vertrouwen en gehoorzaamheid worden gedreven…

En het evangelie-verhaal lijkt wel een illustratie bij deze tegenstelling uit de brief van Jaco-bus: aan de ene kant Jezus die zijn leerlingen apart neemt…
Dat doet Hij nog steeds: elke zondag neemt Hij ons apart – even weg uit het rumoer van de wereld – en brengt Hij ons samen onder het woord – meestal groepsgewijs: katholieken bij elkaar, protestanten bij elkaar, baptisten, hervormden, maar vandaag heeft Hij ons als ka-tholieken en protestanten sámen apart genomen…

Jezus wil zijn leerlingen namelijk iets essentieels duidelijk maken over de weg die God met mensen gaat: dat lijden erbij hoort op die weg: dat Hij als Kind van mensen/Zoon van men-sen zal worden overgeleverd in Handen van mensen. En dat die Hem zullen doden, maar dat Hij na drie dagen uit de dood zal opstaan…

Stilte – je kan het in Keulen horen donderen. Wat bedoelt Jezus…? Hij bedoelt toch niet…? Geen van hen zeg iets terug. Ze weten er geen raad mee. Ander onderwerp…
Ze raken met elkaar aan de praat over wie van hen het belangrijkste is. Wie komt er als bes-te uit de bus, als vroomste. Het wordt een hele diskussie…

Terwijl Jezus het heeft over het offer dat gebracht moet worden op de weg die God met ons gaat, hebben zij het over de winst die er te behalen valt op de weg die God met ons gaat…

En toen kwam een paar dagen later die foto binnen van dat jongetje op de vloedlijn:
Aylan Kurdi, drie jaar oud geworden – als een boodschap aan ons allemaal.
Op een Arabische website verscheen de tekening die op de voorkant van de liturgie staat, want deze boodschap werd wereldwijd verstaan…

De waarheid is soms ongemakkelijk, soms zó ongemakkelijk dat hij niet te verdragen is.
Dat was voor de leerlingen van Jezus zo, toen Hij hen confronteerde met wat Hem boven het hoofd hing. Ze doen ze er het zwijgen toe. Ze begrijpen het niet, staat er.
Dat goed doen lijden mee brengt…

Misschien hadden ze wel een vermoeden, maar ze durven de werkelijkheid niet onder ogen te zien. Ze vrezen de waarheid…
Is dat niet de positie waarin ook wij zitten, nu dit kind op onze kusten is aangespoeld?

Jezus gaat zitten en roept hen bij zich, en zegt: wie voor God belangrijk wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn, en ieders dienaar.
En dan neemt Hij een kind en zet dat in hun midden…

Niet omdat kinderen zo schattig zijn, maar omdat ze onbelangrijk zijn.
Een kind telt niet mee. Het staat model voor de machteloze, de rechteloze, degene die zich niet kan beroepen op iets dat ze bezitten. Kinderen hebben nog niets, geen kennis, geen macht, geen rijkdom. Ze bezitten alleen hun vege lijfje. Hun leventje is alles wat ze hebben. En ze kunnen het niet beschermen, daar hebben ze de groten voor nodig, ouders, buren, grootouders of familie…
Een kind is op zorg aangewezen, zoals de vluchteling die aan onze poorten klopt.

Wie één zo’n kind bij zich opneemt, zegt Jezus, neemt mij op! En wie mij opneemt, neemt Hem op die mij gezonden heeft. Kortom: als je je om een kind bekommert, dan kun je op God rekenen… Wil je bij God belangrijk zijn, geef dan om hen die op jouw hulp zijn aangewe-zen.

Daarom is die foto van dat jongetje zo schrijnend. De hulpeloosheid straalt eraf.
Het is een aanklacht tegen alle volwassenen. Misschien tegen z’n ouders die zo’n hachelijke tocht waagden. Maar zeker tegen de mensensmokkelaars die mensen met zo’n bootje de zee opsturen en dan aan hun lot overlaten, en ook tegen de ongastvrijheid van Europa, en ons eigen land. Wie kon naar deze foto kijken zonder gevoel van schuld en schaamte?

Maar daar zit ook precies onze kans: wij hébben blijkbaar wel wéét van onze verantwoorde-lijkheid. Wij weten dat wij op ontferming zijn aangewezen. Wij hebben een hart. Het onder-wijs van Jezus, al die zondagen van ons leven, is ons blijkbaar niet voorbij gegaan.
Misschien zijn wij de bittere jaloezie en het egoïsme nog niet voorbij, maar ze hebben niet meer het alleenrecht. Wij hebben van Jezus geleerd wat zachtmoedigheid betekent, mildheid en ontferming, oprechtheid en onpartijdigheid.
Wij hebben gezien dat je niet de weg van God kunt gaan zonder lijden en opoffering.
En daarom begrijpen wij hier in de kerk dat wij als samenleving schuldig staan.

Vrede vraagt offers – dat weten wij: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de mensen’!
Het is een beetje een raadselachtige zin, maar wie Jezus op zijn levensweg een beetje ge-volgd heeft – en dat hebben velen van ons! – die heeft kunnen zien hoe God Hem in handen van mensen geeft, en dat de mensen Hem doden. Maar die heeft ook kunnen zien dat Hij niet dood is gebleven, dat Hij met zijn menselijkheid in tal van anderen is opgestaan.
En dat gaat maar door tot op de dag van vandaag.

Wat heb jij, wat hebt u over voor de vrede?
Durven wij het te wagen met God? Durven wij offers te brengen? Durven wij ons lot in Zijn hand te leggen, en met Jezus de weg van de ontferming te gaan? Of houden we vast aan die oude aandrift ons eigen hachje te willen redden ten koste van anderen?

God heeft het lot van zijn mensenkinderen in onze handen gelegd, want Hij heeft ons lief. Alles verdraagt Hij, alles gelooft Hij, alles hoopt Hij, in alles volhardt Hij.
Zijn liefde zal nooit vergaan…
Dat is ons houvast.

Lof zij Christus in eeuwigheid

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.