Kijk niet naar het verleden, ga op weg naar de toekomst.

In de oecumenische viering van afgelopen zondag 22 januari was niet alleen ons koor Face to Face erg op dreef, de liederen waren precies goed gekozen en prachtig uitgevoerd, maar ook hield Jos Gebbinck de overweging. In deze roerige tijden willen wij je deze niet onthouden:

 

Overweging oecumenische viering 22-1-2017

Veelgeliefden,

Zo beginnen de overwegingen in het Benedictijnse klooster in Vaals, het klooster waaraan ik verbonden ben.

Vier lezingen. Vier fragmenten, wegwijzers uit het rijke Oude en Nieuwe Testament. Als ware het onderdelen van een route, uitgestippeld op een uiteengevallen landkaart. Onder de Heilige Geest hebben broeder Wim Pera en ik juist deze vier teksten voor de oecumenische viering gekozen en overwogen.

Ik zal met u de fragmenten verkennen opdat wij een weg herkennen. Opdat wij, samen, PKN leden en katholieken, naar hetzelfde doel reizen.

Lijkt dat onbegonnen werk, gelet op hoe we het er tot nu toe hebben afgebracht? Laten we eens terugkijken.

Daar is het een geschikt moment voor. Immers, het is 500 jaar geleden dat Luther 95 stellingen op de deur van de slotkerk in Wittenberg spijkerde (zo wil de overlevering).

Dan is er direct al een dilemma: herdenken we 500 jaar Reformatie, of vieren we 500 jaar Reformatie?

Deze vraag willen beantwoorden is als het stappen op een bananeschil.

We beginnen vol goede moed de dialoog, en voor je het weet hebben we het over scheiding, dwaling, afvalligen, hereniging, onmogelijkheid, de drie formulieren van enigheid, welke sacramenten er wel of niet bij horen, en zijn we dicht bij de verkettering van elkaar. Een theologisch dispuut, en al snel berijden we klassieke stokpaardjes. We sluiten af met een gebed om eenheid. En blijven ondertussen ons eigen gelijk verkondigen en verdedigen.

Luther had iets anders voor ogen. Luthers reformatorische bedoeling was: waar is het heil te vinden? En daarvoor moeten we niet terugkijken maar vooruitkijken.

Welk heil bedoelt Luther? Eén fragment toont ons een glimp daarvan. De apokalyps, de openbaring van Johannes. Hier zijn we naar op weg. Het oneindige fragment van de in stukken uiteengevallen kaart.

En deze kaart is vierdimensionaal. Meer dan lengte, breedte, hoogte. Want het ligt vóór ons, in de tijd. Waar we een nieuwe hemel en aarde zien, waarna het nieuwe Jeruzalem neerdaalt. Gods woning onder de mensen.

Hoe ver in de toekomst ligt dat? Oftewel: wanneer is die eindtijd aangebroken? Eens in de zoveel jaren horen we dat het in het jaar … zo ver is. Bijvoorbeeld de Maya kalender, een uiterst nauwkeurige berekening zegt men. Anderen, die aan de deur komen en de eindtijd voorzeggen. En telkens weer blijkt dat de voorspelling niet uitkomt. Dààr kun je in ieder geval op rekenen.

Hoe dat komt? Oftewel: kunnen wij weten wanneer de eindtijd komt? Het antwoord op deze vragen ligt besloten in de andere tekstfragmenten die zijn voorgelezen. Het blijkt dat God niet rekent in tijd, maar rekent op ons.

In Jozua 6 (en wel vaker in het Oude Testament) zou je de indruk kunnen krijgen dat onze God nogal een oorlogszuchtige God is. Ik neem wat ruimte om dit anders te zien.

In Jozua 5 kunnen we lezen over hoe het volk Israël het Paasfeest viert: de uittocht. Op tocht, op pad. Ook dit volk Gods is onderweg. En staat op heilige grond, en gaat de strijd op weg naar het beloofde land aan. En houdt zich aan de voorschriften van de Heer. En dat luistert nogal nauw. Een beetje ongewis allemaal: je moet schreeuwen, de hoorns blazen en maar afwachten. Het vraagt een groot geloof in de goede afloop, een geloof in de weg naar het beloofde land.

Dus: rekenen wanneer het precies zo ver is, dat vraagt God niet. Wel om geloof te hebben, er ook moeite voor willen doen. Behoorlijk wat moeite. Vertrouwen dat dat gaat gebeuren omdat God met ons is. Daar heb je geen rekenwerk voor nodig. Onze God past voortdurend slechts één rekenregel toe: delen is vermenigvuldigen.

Laten wij, katholieken en protestanten, dus schouder aan schouder staan, en gaan naar dat nieuwe Jeruzalem. Als gelovigen kunnen we niet anders, want volgens Paulus laat de liefde van Christus ons geen rust. U wordt vriendelijk verzocht zich nu wat onrustig te gaan voelen. U had zich wellicht net wat comfortabel in de iets te krappe en harde banken genesteld, maar dat is volgens Paulus niet de bedoeling.

Wij zijn gezanten van Christus, Christus is voor allen gestorven, dus niet exclusief voor welk geloofsgenootschap, richting, of kerk dan ook.

Paulus vraagt ons ook op te houden met elkaar te beoordelen naar menselijke maatstaven. We leven niet voor onszelf, voor ons veilige eilandje, voor onze beschutte en afgeschermde plaats waar we het allemaal zo goed weten. We leven in eenheid voor Hem. En daar gaat het om andere maatstaven.

En zo hebben we weer een stukje van de landkaart te pakken: beter gezegd een wegwijzer. Maar welke maatstaven worden we dan geacht te hanteren?

Het Evangelie wijst ons op een dat ontbrekend stukje voor onze kaart van de tocht des levens.

Dit gedeelte van het Evangelie uit Matteüs begint ermee dat wij onderricht worden. Jezus als leraar. Voor de apostelen, voor de verzamelde menigte, voor ons nu.

Onderdeel van de Bergrede, na de zaligsprekingen, vraagt Jezus van ons een radicale ommekeer. Als de ander iets tegen ons heeft, moeten we ons gaan verzoenen. Dus: niet wachten tot de ander excuus komt maken, omdat die iets vindt, of zegt, of meent. Nee: wij moeten de stap naar de ander zetten. Heb uw vijand lief.

Christus: de vredesvorst is hier aan het woord. Matteüs was vermoedelijk afkomstig uit het joods-christelijke milieu. Een centraal thema in zijn evangelie is de verhouding tussen joden en christenen. Een gespannen verhouding.

Zoals er vandaag de dag vele spanningen zijn in onze wereld. En die we niet weg nemen door mensen buiten te sluiten onder het slaken van kreten als ‘Minder-minder-minder’. Ik zou zeggen: Meer-meer-meer: onderlinge liefde van Christus in praktijk brengen. Want de liefde van Christus gunt ons geen rust, zo zegt Paulus

Hier kunnen wij, na vijfhonderd jaar Reformatie, een voorbeeld aan nemen als het gaat om de verhoudingen tussen ons. Het vraagt om nederigheid, de stap naar de ander te zetten als deze iets tegen je heeft.

De tocht die wij al 500 jaar lopen, heeft ook vruchten weten te dragen. Paus Franciscus zegt in zijn boek Evangelii Gaudium, vertaald betekent dat ‘De vreugde van het Evangelie’, dat het doel van oecumene niet slechts is om informatie over de ander te verkrijgen en zodoende hem beter te leren kennen. Maar om te oogsten wat de Heilige Geest in de ander, als gave, ook voor ons heeft gezaaid.

Zo bezien ligt dus het doel van de Reformatie niet achter ons, maar vóór ons: het nieuwe Jeruzalem binnen ieders bereik brengen.

En dat is in deze tijd, waarin volgens de nieuwsmakers de boze blanke mens de boventoon voert in een zogeheten polariserend Nederland hard nodig. Een nieuwe aarde hier vestigen, een nieuwe hemel bereikbaar maken.

U bent dan ook, allen, nu de zoutpot is gevuld, opgeroepen bij de uitgang van de kerk de standaard te beklimmen, de korenmaat af te zetten en uw licht helder, breeduit en zonder aarzeling of ophouden te laten schijnen.

“Gij zijt het zout der aarde”. “Gij zijt het licht der wereld”. “Men steekt toch niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar plaatst ze op de standaard”. “Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen”.

In Christo.

Amen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.