Eerbied voor het Allerheiligste

Mijn ouders hebben sinds een tijdje een jonge hond. Een echte jonge labrador in de bloei van zijn leven. Eigenlijk zou je kunnen zeggen: zijn puberteit. Met zijn rare kuren en zijn eigenwijsheid. En die hond heeft één vervelende eigenschap: hij steelt als de raven. Toen ik nog in de Achterhoek op een pastorie woonde kwamen ze wel eens een weekend bij me en dan ging de hond natuurlijk mee. En voordat ze kwamen haalde ik dan alle kostbaarheden weg, omdat ik bang was dat er aan het eind van het weekend weinig van over zou zijn. Op een keer was ik een fotolijstje vergeten. Een lijstje met daarin de trouwfoto van mijn beste vriend. Het stond in de vensterbank. Niets meer van over. Alles aan stukken. De lijst kapot gekauwd en de foto helemaal aan snippers. Dat is toch best zonde, zeker omdat er zelf altijd heel zuinig op was.

 

Zo zijn er heel veel dingen waar we zuinig op zijn. Er mag geen deukje komen in de auto. Er mag geen vlek komen op onze nieuwe kleren. Een jonge hond mag niet zijn gang gaan in een pas aangelegde tuin. Er zijn heel veel dingen waar we zuinig op zijn. Meestal zijn dat alledaagse en materiële dingen. Maar er zijn ook dingen waar we zuinig op zijn, omdat ze ons heilig zijn. De mensen waar we van houden bijvoorbeeld: onze ouders, man of vrouw, onze kinderen en kleinkinderen. Van de dingen die ons als gelovige heilig zijn, staat toch wel op de allereerste plaats het sacrament dat wij in het verleden het Allerheiligste zijn gaan noemen. De ouderen onder ons die weten nog hoe mensen daar vroeger mee omgingen. De eerbied en het ontzag waarmee de communie werd benaderd. Neerknielen, de handen onder het kleed en de communie op de tong. Zo heilig was het Allerheiligste. Ik weet niet of dat zo goed was. Maar ik vertel u geen geheim als ik zeg dat dát drastisch is veranderd. Misschien wel naar het andere uiterste. Laatst hoorde ik van een moeder dat haar kind ter communie was geweest en stiekem de hostie mee naar huis had genomen. Ze had het thuis  in het poezie-album geplakt en erbij geschreven: Gekregen van de pastoor in de kerk. De moeder vertelde het mij vertederd, alsof het de gewoonste zaak van de wereld was. Maar ik merkte bij mezelf hoe kwaad ik er van werd, en hoe pijn het me deed. En dat laat zien dat dit mij te ver gaat, omdat er op een onwaardige manier wordt omgegaan met iets dat mij heilig is. Het kind kan er niets aan doen, maar het stelt wel een vraag aan onszelf: Hoe geven wij het geloof in Gods aanwezigheid door aan onze kinderen? Ik vind dat echt een wezenlijke vraag.

 

Misschien wordt het wel tijd om iets zuiniger te worden op het belangrijkste sacrament dat de Heer ons gegeven heeft op de laatste avond van zijn leven. Het Lichaam van Christus is niet iets om in een poezie-album te plakken. Het is iets om met eerbied te benaderen.  Als we werkelijk geloven dat het God zelf is die onder ons aanwezig komt, dan kunnen we het toch niet over ons hart verkrijgen om er zo mee om te gaan. Mensen die een bijzondere herinnering hebben aan iemand waar ze veel van houden, die leggen die herinnering toch ook niet in de keukenla. Nee, ze geven het een bijzonder plekje. Om naar te kijken met eerbied en in herinnering. Zo is ook de eucharistie voor ons een heilige herinnering aan Jezus Christus, waar we voorzichtig mee om moeten gaan.

 

Misschien is er daarom de laatste tijd wel zoveel druk vanuit de kerk om de eucharistie weer meer centraal te stellen. Omdat we merken dat het respect verdwijnt. Omdat het heel alledaags wordt en niet meer bijzonder is. Omdat er te vaak mensen zijn voor wie het niet meer is dan het koekje van de week.

 

 

De apostelen hebben deze dierbare herinnering aan Jezus doorgegeven aan ons allemaal. Zij hebben verteld hoe Jezus op de laatste avond brood in zijn handen heeft genomen en heeft gezegd: Neemt en eet hiervan, dit is mijn Lichaam. Dit ben Ik voor jullie. Aan ons de taak om het met even zoveel eerbied door te geven aan de mensen die na ons komen. En dat kan alleen als we zelf die eerbied uitstralen, in het besef dat dit sacrament het grootste kado is dat God ons heeft gegeven: zijn blijvende aanwezigheid in ons midden. Niet voor niets noemt het Tweede Vaticaans Concile de Eucharistie: bron en hoogtepunt van het christelijk leven. Een mooi ideaal, maar helaas vaak geen werkelijkheid.

 

Na de vernielzuchtige bui van mijn ouders hond heb ik een andere foto van mijn vriend gekregen. En ik heb hem beter weggezet. Niet in de vensterbank, maar op de kast. Ik wilde zorgen dat het heel bleef. Laten wij dan ook de eucharistie met zoveel eerbied en respect benaderen dat het ook voor de mensen die na ons komen het Aller-heiligste blijft.

 

Pastor P. Kuipers

 

 

 

P.S. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat de hostie in een poezie-album wordt geplakt, hoe dierbaar dit boek het kind in kwestie ook mag zijn. Ook is het niet de bedoeling dat de hostie mee wordt genomen naar de zitplaats en aan alle mensen wordt getoond. De manier om de hostie te ontvangen is op de linkerhand, terwijl deze steunt op de rechter. Als de bedienaar zegt: Lichaam van Christus, antwoordt de gelovige Amen. Daarmee bevestigt deze het geloof in de werkelijke aanwezigheid van de Heer in het brood. De hostie wordt dan ter plekke genuttigd.

 

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.