. 6e zondag door het jaar 2009 (wetten en voorschriften) - RK Johannes de Doper

6e zondag door het jaar 2009 (wetten en voorschriften)

Dat volk moet een heilig volk worden en een voorbeeld voor andere volken in de omgeving. Vandaag hebben wij te maken met deel drie van Leviticus, waarin aandoeningen beschreven staan en hoe om te gaan met ziektes die als onrein beschouwd moeten worden. Ook het einde van deel vier, waarin staat hoe tekens die aan god zijn toegewijd afgekocht kunnen worden en ook de tarieven die daarvoor staan.

 

Eerst even over de huidziektes. In de oorspronkelijke tekst in het Hebreeuws staat er sara’at, dat is een begrip wat veel vertaald is als melaatsheid. De oorspronkelijke betekenis is echter veel breder. Het betekent veel meer ‘aandoening’en is beschreven als een aantal huid aandoeningen. In de eerste vertaling, in het Grieks, is het vertaald als lepros, dat ook een dergelijke algemene term is. U kunt nu ook vermoeden hoe het bij ons is terechtgekomen als melaats.

Een huidaandoening, ook degene die eenvoudig zijn te genezen, werden in die tijd beschouwd als een teken en begin van de dood, waarschijnlijk ontstaan omdat bij de intrede van de dood dit onmiddellijk aan de huid zichtbaar was. Leven en dood, werd altijd gezien als zijnde in de handen van God. Degene die op deze wijze (men dacht door God), getekend waren stonden als het ware met één been in het graf. Dat was dus een aangelegenheid van God zelf. Bovendien hadden zij de ervaring dat het ook af en toe besmettelijk kon zijn. Het was dus altijd een gevaar voor het leven en de samenleving. Het was altijd een kwestie van leven of dood, niet alleen voor de persoon, maar voor een heel samen rondtrekkend volk. Hoe hiermee moest worden omgegaan, is dan ook beschreven in Leviticus; daarin zijn regels opgesomd, wat een onreine moet doen zodra hij door de priesters onrein werd verklaard.

De priesters waren in die tijd niet alleen verantwoordelijk voor het contact met God, maar ook voor de geestelijke en lichamelijke gezondheidszorg. Als iemand dan ook onrein werd verklaard door de priesters, dan moest hij zijn kleren scheuren en luid roepen ‘onrein, onrein,’ als hij in de buurt van andere mensen kwam en mocht ook niet in contact komen met mensen om besmetting te voorkomen. Bovendien moest hij buiten het kamp zijn verblijf en slaapplaats zoeken.

Daarmee staat hij niet alleen met één been in het graf, maar ook sociaal is hij hiermee dood verklaard.

Maar dan, dan komt Jezus voorbij. Die ziet en doorziet de hele situatie en er staat: ‘Door medelijden bewogen stak Hij zijn hand uit en raakte hem aan’. Daarmee brak hij niet alleen  de aandoening, maar ook de wet, die aanraking verbood. Bovendien maakte Hij zich daarmee ook deelgenoot van de uitgestotenen.

Ten aanzien van de wet gebeurden er twee dingen. Ten eerste negeerde hij de wet volkomen door het aanraken van de onreine. Ten tweede volgde hij als Jood de Joodse wet door de man naar de priesters te sturen en de voorgeschreven offers te laten volbrengen. Daarmee stelde Hij een daad van barmhartigheid ten behoeve van een medemens boven de wet met het risico zelf daarvan de dupe te worden en Hij gaf de man aan, de wet verder te volgen.

Doordat de genezen man het verhaal van zijn genezing niet voor zich wist te houden, zo staat er, kon Jezus zich niet meer in het openbaar in de stad vertonen en moest hij buiten op eenzame plaatsen verblijven, waar de mensen Hem vervolgens weer kwamen opzoeken.

 

Het thema dat ik deze week gekozen heb is: ‘deur open of deur dicht’. Hier aan moest ik steeds denken toen ik deze situaties overdacht en er over las. 

Je sluit mensen uit en daarmee breng je mensen in een isolement. Alles waardoor je in een isolement komt is een diep trieste situatie.

Daar kun je vaak alleen uitkomen doordat er iemand is, die de deur voor je wil openen, die weer de weg aangeeft voor aansluiting. Vaak is het onmogelijk om op eigen kracht uit een isolement te komen. Wees daarbij dan ook niet bang om hulp daarbij te vragen, zoals de melaatse in het evangelie deed. Als je iemand treft die dan datzelfde mededogen kan opbrengen, dan is de kans op het openen van die deur heel groot.

De sleutels voor het openen van de deuren draagt iedereen bij zich, die zijn altijd bij de hand. Die sleutels zijn: medeleven, naastenliefde en barmhartigheid. Die openen deuren, zoveel als u maar wilt. Zo heeft Christus het ons ook voorgeleefd. Let wel op dat medeleven geen medelijden wordt, want dat schept afstand en werkt niet.

Paulus geeft in de tweede lezing ook aan hoe hij omgaat met de Joodse wetten en voorschriften.

Hij is dan op dat moment niet meer bezig alleen onder de Joodse bevolking, maar ook bij andere volken met andere gewoonten en gebruiken. Hij heeft het heel kernachtig weten te verwoorden. Hij zegt: ‘eet en drinkt wat gij wilt, maar doe alles ter ere van God’. Daarmee zette hij bij voorbeeld de Joodse spijswetten aan de kant. Ook zegt hij: ‘Geef geen aanstoot’. Met andere woorden doe het allemaal gewetensvol en ter ere van God en ten dienste van en volgens de gebruiken en mogelijkheden van je omgeving.

Een wat overdreven voorbeeld:

Een Nubiër die zijn kamp en oase verlaat de woestijn intrekt om op zeehonden te jagen, noem je op zijn minst zwaar gestoord. Evenzo een Eskimo die in de winter op de ijsvlakte zijn iglo verlaat, om hout te sprokkelen om een kookvuur te maken, die spoort niet helemaal. Zo zijn wij allemaal kinderen van onze eigen omgeving, met onze eigen gebruiken en wetten en mogelijkheden.

Als we hier regels en gebruiken in onze eigen samenleving verzorgen en we doen dit met naastenliefde, medeleven en liefde op een gewetensvolle manier, dan zullen er vele deuren open blijven en hoeven weinigen zich buitengesloten te voelen. Soms zijn dan ook gebruiken wetten en voorschriften die elders zijn ontstaan en opgesteld niet altijd nuttig, of rechtvaardig voor de lokale situatie van personen of groepen mensen. Ook lokale voorschriften gebruiken en wetten zijn soms strijdig met het belang en welzijn van personen. Wat we hiermee moeten doen hebben we vandaag kunnen leren. We hebben ook de vermaning gekregen dat het niet altijd zonder risico is. Ga er dus altijd weloverwogen mee om en schroom niet om zo nodig hulp in te roepen.

Maar als altijd, volg je eigen geweten en open zoveel mogelijk deuren voor je naasten. Met elkaars steun en Gods hulp zal dat zeker lukken.

 

Wim van de Kant.

Geef een reactie